Korte films voor een soundtrack (deel 2)

Meer muziek en meer korte fragmenten. Zie het eerste deel voor iets meer uitleg over het ontstaan van deze verhaaltjes.

AFI – Silver and cold

Een vrouw ligt in een ziekenhuisbed. Haar man houd haar hand vast en kijkt haar indringend aan. Hij probeert niet naar de apparatuur te kijken waaraan ze verbonden is. Dan staat de vrouw langzaam op, glimlacht en trekt met een ruk alle snoeren uit haar lichaam. Ze laat zich in een rolstoel zakken en kijkt de man uitdagend aan. Hij lacht, en met een een duw rolt hij haar sprintend de gang in, naar de uitgang.

Cloud cult – Everybody here is a cloud

Een kamer zit vol mensen tijdens een verjaardag, maar niemand praat. Iedereen kijkt elkaar aan, niet wetend wat ze moeten zeggen. Een klok tikt op de achtergrond en lijkt steeds harder te tikken. Dan kijkt er iemand naar de klok en staat an plotseling iemand op en glijdt door de ruimte.Een voor een staat iedereen op en voegen zich bij de glijdende persoon. Ze pakken elkaars handen vast en langzaam maar zeker veranderd het in een dansend groepje. Dan eindigt de dans in innig omhelsende stelletjes.

Machine head – Days turn blue to gray

Een jongen zit achter een loket van een gemeente, waar een hele rij mensen voor staat te wachten. Het is een chagerijnige massa mensen met enorme rotvragen. De jongen probeert aardig te blijven, te glimlachen maar het zweet breekt hem steeds meer uit. Als hij er genoeg van heeft draait hij het bordje “loket open” om waardoor het loket gesloten is, en loopt naar het toilet. Hij kijkt in de spiegel, wast zijn gezicht. Hij probeert weer te glimlachen, maar de glimlach wordt een grimlach. Hij stroopt zijn mouwen van zijn overhemd op, schopt de deur op en loopt terug naar het loket. Hij draait het bordje weer om, om bij de eerste schreeuwende klant meteen terug te schreeuwen. De klant vertrekt. Met een genoegen ploft hij in de stoel neer en roept “volgende!!”

Keith Caputo – Dew drop magic

In een klas zit een jongetje een toets te maken. Hij kan zich maar moeilijk concentreren. Hij heeft slecht geleerd, en gelooft niet dat hij de test goed gaat maken. Als een bezetene schrijft hij maar zo lang mogelijke verhalen om iets goed te doen. Dan ziet hij een poster met daarop Maria. Hij kijkt naar z’n blaadje, dan weer naar de poster, staat dan op en loopt huppelend de klas uit.

Monster Magnet – Goetterdaemerung

God staat voor een spiegel, en ziet de duivel terug kijken. Als hij naar beneden kijkt ziet hij alle ellende op de wereld. Machteloos kijkt hij toe, want hij kan niks doen. Hij kan alleen rondlopen in zijn glazen, lege paleis. Zuchtend gaat hij zitten en pakt een boek. Het is de bijbel. Met een pen maakt hij aantekeningen in de kantlijn voor een volgende wereld.

Geplaatst in Ongehoorde geluiden | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Korte films voor een soundtrack (deel 1)

Muziek is niet alleen geluid. Het zorgt ook voor beelden, en soms zelfs hele verhalen of films. Hieronder staan een vijftal van die verhalen van mij, geschreven onder de tijdsdruk van het nummer zelf. Erg leuk om te doen als schrijfoefening, dus mocht je je vervelen en toch muziek aan het luisteren zijn…

Smashing Pumpkins – Pug

Een jongetje kijkt uit het raam naar beneden vanuit een kamer hoog in een toren van een kasteel. Buiten stormt het. Een meisje zit buiten op de grond. Ze heeft haar armen om haar heen geklemd en huilt. De jongen kan haar niet bereiken, hij leeft niet meer. Toen hij nog leefde was hij gek op haar, en nu hij er niet meer is ziet hij pas dat zij ook van hem hield. Hij stapt uit het raam en langzaam daalt zijn geest naar beneden, naar het meisje toe. Haar haren vallen langzaam stil langs haar hoofd als hij beneden is. Als hij beneden is houdt de storm op en kijkt het meisje naar voren. Ze ziet niks maar glimlacht wel voorzichtig.

And you will know us by the trail of dead … – Another morning stoner

In een stampensvolle, groezelige kroeg staat een jongen tussen het publiek. Hij kijkt richting het podium, waar een energieke band optreed, maar hij beweegt niet en lijkt de band niet te zien. En hoewel het een flinke herrie is hoort hij alles behoorlijk gedempt. Hij is er duidelijk met zijn gedachten niet bij. Een traan rolt langzaam vanuit zijn ooghoek over z’n wang naar beneden. Dan beweegt hij plotseling en begint woest om zich heen te slaan en schreeuwt, net als het publiek om hem heen dat al deed. De band houd echter net op met spelen, waardoor zijn schreeuw door de zaal galmt.

Moondog – Stamping ground

Een jongen skeelert gracieus over een weg langs een kanaal. Hij kijkt strak vooruit, beweegt ritmisch heen en weer door het vlakke, Hollandse landschap. In z’n oor zit een MP3 speler. Op het kanaal naast hem glijdt een wedstrijd roeiboot precies op dezelfde hoogte als hij. Dan stopt de jongen en  pakt zijn MP3 speler en drukt een paar knopjes, knikt in zichzelf en zet de achtervolging in op de roeiboot. Een meisje kijkt vanuit een ballon naar beneden naar het schouwspel, en vervolgens naar de achterliggende stad voor ze verder glijdt door de lucht.

Arcade Fire – Intervention

In een dorp wacht een jonge man in legeruniform buiten een kerk, waar een mis bezig is. In zijn hand heeft hij een brief waarop staat dat een zoon van een vrouw die in de kerk zit, in de Amerikaanse burgeroorlog is omgekomen. Uit de kerk klinkt vrolijk gezang en de vrouw is zich van geen kwaad bewust. De man buiten steekt ondertussen een sigaret aan. Dan gaat de deur open en een jonge dominee komt naar buiten. Hij ziet de man en vraagt wat er aan de hand is. Geschokt gaat hij naar binnen, waarna de muziek stilvalt.

 David Bowie – Drive-in Saturday

Een oude man zit in de woonkamer van zijn huis, wachtend op bezoek dat komt. Hij heeft een vergeelde foto in zijn hand met zijn vrouw en hij samen met een andere man, staand bij een open auto. De man heeft een leren jasje aan en een enorme kuif. De oude man denkt terug aan vroeger, aan het moment dat zijn vrouw hem verliet voor de man op de foto. Hij glimlacht. Dan gaat de bel, en de man staat op en doet open. Voor de deur staat zijn kleinzoon, met vetkuif en leren jas.

Geplaatst in Ongehoorde geluiden | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Doorlopers

Zelf dingen ontdekken is het mooiste wat er is. Een documentaire over de natuur haalt het niet bij zelf de natuur inlopen, en de bloemetjes en de bijtjes zijn een stuk leuker om te doen dan om over te lezen. Maar een mens kan nou eenmaal niet alles in z’n korte leventje doen. Het is dus wel eens makkelijk om “tweede hands” informatie te bekijken, in plaats van zelf bijvoorbeeld diepzee te duiken, een berg te beklimmen of in een formule 1 auto te rijden. En daar is niks mis mee, ondanks dat iets (actiefs) doen is veranderd in iets (passief) bekijken. Stel nu dat je, geprikkeld door de tv, zelf toch iets wilt doen in plaats van als een zoutzak te blijven zitten. Je pakt er bijvoorbeeld eens een puzzelboekje bij!

Al druk puzzelend wordt het steeds iets lastiger om de laatste moeilijke woorden of getallen te vinden. Ga je dan, als het even tegenzit, direct naar de oplossingen achterin kijken? Of is dan de lol er af, en zijn de oplossing slechts bedoeld als controle achteraf? Voor mij is het tweede het geval en ik zou niet snel achterin kijken, anders is meteen het puzzel element verdwenen. Waarom kijk ik dan wel op internet als ik eventjes vastzit in een computerspel? En, nog erger; heb ik de oplossing op een pagina gevonden dan zal ik er bij elke kleine tegenslag in het spel steeds weer naar terug grijpen. En met de oplossing bij de hand is het spelen van een spel zo uitdagend als het kijken naar een instructievideo. Wat was er ook alweer het mooiste wat er is?

Haal door wat van toepassing is

Haal door wat van toepassing is

Geplaatst in Parallelle werelden | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Softie (“You gotta shoot ‘em in the head”)

Boom! Headshot!

Wat is het toch met die oneindige fascinatie voor geweld, moord en vernietiging? En waarom is het zo gewoon in computerspellen? Zelfs een ogenschijnlijk onschuldig mannetje als Mario slacht in zijn carrière honderden, zo niet duizenden paddenstoelen, schildpadden en andere levensvormen af. Omdat ze nou eenmaal daar lopen waar de loodgieter al springend langs moet. Waarom vond ik dit tien jaar geleden geweldig, en nu vooral gewelddadig? Ik begin steeds meer te verlangen naar spellen zonder bloedvergieten, en merk dat ik, ook in gewelddadige spellen, op deze manier probeer te spelen. Zo kies ik waar mogelijk voor diplomatieke oplossingen (RPG), sluip ik langs tegenstanders (FPS) en bouw ik ware Chinese Muren (RTS). Het plot kan lullen wat ie wil, maar wat mij betreft mag de virtuele vijand vrolijk zijn gang gaan. Why can’t we all just get along? Ach, ik word ouder papa…

Raar eigenlijk, dat er zo weinig geweldloze spellen zijn. En dan bedoel ik niet alle puzzel- of behendigheidsspellen, maar spellen met een substantieel plot (al dan niet van streekroman kaliber). Role playing games, first person shooters, real time strategies, turn based strategies en adventures om wat (ironisch genoeg) favoriete formats van mij te noemen. Is het nou werkelijk de fantasie van veel mensen om ongestoord virtuele mensen, dieren, robots of zombies neer te schieten? Zitten daarom alle spellen vol met geweld? Omdat het nou eenmaal “menselijk” is? Omdat vanuit vroeger door middel van schandpalen, executies en gladiatoren het geweld aan vermaak is gekoppeld? Zo ja, waar blijven dan de prostitutie, zuip, vreet, overspel, fraudeer en uitscheldspellen? Want dat zijn ook menselijke gewoontes die onder de oppervlakte aanwezig zijn, en zich dus ideaal lenen voor een digitale, consequentie vrije variant. En hoe kan het dat mensen in spellen opeens klakkeloos bevelen opvolgen? “Wil je Henk-Harrie van hiernaast omleggen voor mij? Hij heeft namelijk mijn hobbelpaard gestolen, ook al beweert ie van niet”. Ja baas!

Stiekem hoop ik dat er steeds meer ontwikkelaars het lef hebben een spel te maken waarin geweld wel mogelijk is, maar flink afgekeurd word. En degene die het spel met geweld uitspeelt mist daardoor hele delen van het spel en krijgt een saaier einde voorgeschoteld. Want eigenlijk wil je toch dat juist het niet gebruiken van geweld beloont word? En het gebruiken van (vooruit, overdadig) geweld afgestraft? Of ben ik de enige softie die dit de normale gang van zaken vind?

*echo*

Geplaatst in Parallelle werelden | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Nederlandstalige muziek (shalalie, shalala)

Als je meteen aan bier, aanstekers en vals meezingen denkt ben je niet de enige. Muziek met Hollandse teksten heeft nogal een imagoprobleem. Dat is iets waar de Nederlandse film trouwens ook last van heeft (vervang bier, aanstekers en vals meezingen door soapacteurs, blote tieten en slecht geluid). Maar is het terecht?

Ja en nee. Eerst de voor de hand liggende ja: Luister eens naar de top 40, pak er een willekeurig nummer uit en vertaal het in het Nederlands. Hoogstwaarschijnlijk is het niet echt een diepgaande tekst die je krijgt. Blijkbaar klinkt Engelstalige muziek mooier en poëtischer dan teksten in je eigen taal (je zou maar Engels zijn…). En als je het niet verstaat is het soms nog mooier. Om een voorbeeld te geven: De IJslandse band Sigur Rós is erg populair de afgelopen tijd, en wordt veel gebruikt in films en als achtergrondmuziek voor TV-programma’s. De teksten klinken bijna hemels, ook al versta je ze niet. Lang leve internet, want hiermee valt gelukkig het bedachte (nee, het is geen IJslands) taaltje te vertalen. Neem nu het “bekende” Starálfur:

Hopelandic:

Blá Nótt Yfir Himininn
Blá Nótt Yfir Mér
Horf-Inn Út Um Gluggann
Minn Með Hendur
Faldar Undir Kinn
Hugsum Daginn Minn
Í Dag Og Í Gær

Engels:

Blue Night Over The Sky
Blue Night Over Me
Disappeared Out The Window
My Hands
Hidden Under My Cheek
I Think About My Day
Today And Yesterday

Nederlands:

Blauwe nacht boven de lucht
Blauwe nacht boven mij
Verdwijnend uit het raam
Mijn handen
Verborgen onder mijn wang
Ik denk aan mijn dag
Vandaag en gisteren

Het poëtische blijft nog enigszins behouden, maar het haalt het niet bij het sprookjesachtige Hopelandic. De magie is er naar mijn mening flink vanaf. En dan is dit nog een lied dat je niet snel in de top 40 zult terug zien. Geen wonder dat het Nederlandstalige lied al snel plat klinkt. Door naar de ‘nee’ op de vraag of het imago terecht is.

Het imago is eigenlijk niet meer dan een “hoe denkt de meerderheid er over”, dan dat het  de werkelijkheid weergeeft. En meestal is een imago een behoorlijke generalisatie. Zo ook hier. Want waar is het imago op gebaseerd? Op de mainstream muziek, de top 40 hitjes en de BN’ers die zich aan een liedje wagen. En daarmee dek je echt de lading niet. Ga dus eens van de bekende, vaak niet aan te horen weg af, en laat je verrassen. Hier alvast een aantal prachtige Nederlandstalige liedjes:

<!–[if gte mso 9]> Normal 0 21 MicrosoftInternetExplorer4 <![endif]–>

Nat <!–[endif]–>

Geplaatst in Ongehoorde geluiden | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Dromen (in tweevoud)

Ik denk dat ik wel zo vrij mag zijn om de PC als ‘ingeburgerd’ te beschouwen. En ook computerspellen zijn normaal te noemen, en worden minder en minder als obscuur gezien. Ik zeg, met enige schaamte gezien de huidige toestanden in Afrika en het Midden Oosten; tijd voor een revolutie! Nee, nog beter, 2 revoluties!

1) Meer dobbelstenen

Lang geleden, ver voor de computer er was, kwamen mensen bijeen voor gezelschapsspellen. De nerds daarvan speelden rollenspellen. Voor buitenstaanders een vreemd schouwspel: Mensen die rond een tafel zitten met pennen, papier en de onmisbare dobbelsteen. De spelers hingen aan de lippen van de verhalen vertellende spelleider, en raakten van de ene in de andere gevaarlijke situatie. En de dobbelsteen bepaalde het lot.

Tegenwoordig bestaan die rollenspellen nog steeds, maar is de dobbelsteen ook in de computer aanwezig (en nee, dat geluid is je brakke ventilator, geen dobbelsteen…). De huidige RPG’s (role playing games) kunnen niet meer zonder, en veel RTS’en (realtime strategy) en TBS (turn based strategy) games ook niet. Veel te beperkt naar mijn idee!

Want wat is er nou leuker/vervelender dan een toegevoegde kansfactor in andere spellen? Voeg in racespellen een hele kleine kans op een klapband of kokende motor toe, die afhankelijk van de speelstijl groter of kleiner wordt. En in schietspellen richt elke kogel heus niet even veel schade toe. En met een hele kleine kans op een vastlopend geweer maakt het dat je voorzichtiger schiet, zodat je wapen minder warm wordt, wat de kans weer verkleint. Natuurlijk is niet elk spel beter af met een ingebouwde dobbelsteen, maar nu zijn sommige spellen zo statisch dat de lol er sneller afgaat. Gemiste kans!

Just add dice

Voor de betere rolverdelingen

2) Open sourceheid

Bijna iedereen kent wikipedia (de encyclopedie die iedereen kan wijzigen en aanvullen). Een heel verschil met de papieren versie uit de boekenkast. De eerste is voortdurend aan verandering onderhevig. De tweede wordt slechts jaarlijks aangepast, meestal met kleine verbeteringen en wat aanvullingen. Boeken zijn nou eenmaal statisch, zeg maar hardware. Net als films en cd’s, die hooguit ‘remastered’ of ‘special-editioned’ worden.

Computerspellen staan weliswaar vaak op een schijfje, toch zijn ze in theorie dynamisch. Software dus. Ik zeg bewust theoretisch, want hoewel ze vaak geupdate worden, zijn het meestal slechts kleine verbeteringen, kleine aanvullingen en een hoop reparatie van bugs. In feite net zo dynamisch als een boek. Wordt het niet eens tijd voor verandering?!

Waar blijven in hemelsnaam de wikipedia’s van de games? Er bestaat wel zoiets als een mod-scene voor veel spellen, oftewel een groep enthousiastelingen die het spel naar eigen smaak aanpassen. Dit is echter bijna altijd buiten de spelontwikkelaars om, en wordt ook nog eens beperkt door de grote hoeveelheid hardcode in het spel (code die niet te wijzigen is). Logisch, want de ontwikkelaars willen hun zuurverdiende werk niet zomaar op straat zetten, maar er ook een goed belegde boterham meer verdienen.

Zou het niet geweldig zijn als met de verkoop van het spel meteen de code vrijgegeven wordt? En daarmee de koper het recht om deze te gebruiken en aan te passen? Open source met een eenmalige betaling dus! Veel Indie ontwikkelaars doen dit al, maar waar blijven de grote jongens? Welke ontwikkelaar met lef duikt in dit gapende gat en wordt de nieuwste held van de dag? Stel je eens voor als dit werkelijkheid wordt. Weg is de beperking van het schijfje, als iets je niet in het spel bevalt kan je het gewoon aanpassen!

Ach, ik mag zo nu en dan dromen, toch?

Geplaatst in Parallelle werelden | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Verzamelwoede

Mensen zijn ware meesters in het aanleggen van verzamelingen. Het onderscheid ons van de meeste dieren. Zonder verzamelingen zouden we waarschijnlijk nog steeds in een kale grot zitten, zonder alle bijeen geraapte herinneringen en verhalen die als muurschilderingen vereeuwigd werden.

Ook ik ben niet vrij van verzamelingen. Van nog enigszins bruikbare collecties zoals cd’s, dvd’s, boeken en whisky’s, tot het nut ontstegen hoeveelheden suikerzakjes, bierviltjes, stickers en virtuele voorwerpen. Naarmate je ouder wordt, vallen er gelukkig verzamelingen af. De tijd dat ik van tantes, oma’s en vage kennissen zeldzame suikerzakjes, bierviltjes of stickers kreeg is al lang vervlogen. En de schade blijft qua whisky nu beperkt tot één fles per half jaar.

Wat echter altijd gebleven is, zonder dat het enig nut heeft, is de verzameldrang betreffende de virtuele voorwerpen. Je kan mij niet (on-) gelukkiger maken door me een computerspel met honderden, zo niet duizenden te vinden voorwerpen, voor te schotelen. Het liefst met elk unieke eigenschappen en een uniek uiterlijk. En ze moeten te rangschikken en op te bergen zijn in vele virtuele kasten, dozen, lades en rugzakken. Of denk je soms dat ik al die voorwerpen met mijn virtuele ik mee ga lopen zeulen? Ik kijk wel uit. Nee, echte verzamelwoede kan niet zonder een gestructureerde, ordelijke aanpak. Anders wordt het zo’n Man Bijt Hond tafereel.

Keerzijde van een virtuele verzameling is het feit dat spelontwikkelaars donders goed weten dat een mens graag sprokkelt.  En je krijgt je zo begeerde voorwerpen echt niet cadeau. Werken moet je! Eindeloos dezelfde monsters afslachten, in stille hoop op de 0,0001% kans dat ze de ‘platina kaplaarzen’ achterlaten. Geestdodende minispelletjes moeten net zo lang gespeeld worden tot er genoeg virtu-punten gespaard zijn voor de toverstaf van Henk-Harrie de Achterlijke. Waarna het riedeltje weer van voor af aan begint  om ook z’n muts, sokken en ondergoed bijeen te sparen.

En toch wil ik die voorwerpen hebben. Juist omdat ze zo zeldzaam zijn, en zoveel “moeite” (lees: uithoudingsvermogen) vereisen. Vraag en aanbod zijn uit verhouding. Je volgt de sappige wortel die je voorgehouden wordt. Terwijl die er zo overduidelijk door de spelontwikkelaars is neergehangen om je, zo lang mogelijk, aan het lijntje te houden. Vraag en aanbod bestaat in feite niet in de virtuele werelden, ze zijn door mensen bedacht en als waarden in het systeem ingevuld.

Zou dat ook zo werken in de echte wereld? En wie houdt ons daar eigenlijk de wortel voor?

Geplaatst in Parallelle werelden | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen